Als jij op school degene bent die al veel met bedrijven doet, wil je het liefst dat iedereen net zo enthousiast is. Maar veel collega’s vinden het (nog) spannend om iets buiten het boek of buiten de klas te doen. Wat kun jij doen om jouw enthousiasme over te brengen?

 

 

1. Vraag drie collega’s die misschien wel zin hebben in ‘iets anders’.

Je gaat niet de hele school in één dag veranderen. Begin dus met je collega’s met wie dat misschien wel lukt. Deze hoeven niet in jouw eigen team of sectie te zitten, maar ze moeten vooral zin en ruimte hebben om ‘iets anders’ te doen. En jij moet graag met ze samen willen werken.

2. Vraag deze drie collega’s of ze één lesuur vrij kunnen maken voor het experiment

Veel docenten denken dat ‘iets met bedrijven’ veel tijd kost. In deze opzet ga je laten zien dat je het ook klein kunt houden.

Mocht je toevallig voor een projectweek iets moeten bedenken, dan kan dat natuurlijk ook – maar dan verander je veel in één keer zonder dat andere docenten weten waar jij heen wil.

Kunnen jullie dit ene uur voor dezelfde klas vrijmaken? Mooi! dan heb je eigenlijk vier uur om met één opdracht bezig te zijn.

Begin dus klein.

3. Introduceer Loopbaanoriëntatie vanuit je vak

Bespreek met je collega’s dat je wil onderzoeken of het lukt bij één vraagstuk verschillende vakken te betrekken. Bij dit vraagstuk betrekken jullie een bedrijf. Maar dat kun jij doen – jouw collega’s kunnen daar vanuit hun vak op meeliften. 

Leerlingen kunnen door zo’n bedrijfsvraagstuk onderzoeken welk van deze vakken of richtingen hen het beste aanspreekt. Ook zien ze de samenhang tussen de vakken beter en zien ze op welke wijze het vak bijdraagt aan het oplossen van vraagstukken in de maatschappij.

Hierbij kun je gebruik maken van het eerste deel van de presentatie uit mijn workshop die ik bij de academische opleidingsscholen heb gegeven: ‘waarom zou je met bedrijven samenwerken?’

Oké. Doen ze nog mee? Doe jij nog mee?

Mooi! Dan kunnen jullie nu plannen gaan maken. 

4. Kies een gezamenlijk vraagstuk

Samenwerken vanuit verschillende vakken aan één maatschappelijk- of bedrijfsvraagstuk kan op veel manieren. Zelf ben ik er een groot voorstander van om leerlingen zelf te laten ontdekken welke vragen zij hebben bij een bepaald thema. Maar daar heb je wel een goed vraagstuk voor nodig dat uitnodigt tot verder denken én dat bij jullie past.

Voorbeelden van vraagstukken zie je hieronder. 

5. Welke vragen passen bij jou en jouw vak?

Als je een vraagstuk hebt gekozen dat bij jullie en bij je leerlingen past, ga je op zoek naar de vragen bij dit vraagstuk vanuit jouw vak.

Regels:

  • schrijf groot (dus formuleer kort en bondig)
  • schrijf alleen maar vragen op. Geen antwoorden.
  • Jatten mag.

Het idee is dat jullie leerlingen dit straks zelf ook doen, maar het helpt als je dit zelf al een keer hebt gedaan.

Ter inspiratie
Voor de vraagstukken rond babyvoeding en vrachtwagens heb ik voorbeeld vragen uitgewerkt.

Verdiepingsvragen vanuit verschillende vakken vind je hier.

6. Formuleer lesactiviteiten

Heb je voldoende vragen rondom het centrale vraagstuk opgeschreven?

Schrijf dan bij iedere vraag een lesactiviteit op waarmee leerlingen het antwoord op de vraag kunnen achterhalen.

Denk hierbij aan activiteiten die in de klas kunnen en aan activiteiten buiten de klas. Noem activiteiten die leerlingen zelf kunnen doen en activiteiten waarbij je iemand ‘van buiten’ bij betrekt.

Ook hierbij geldt de regel: jatten mag.

Voorbeelden van lesactiviteiten die niet vakinhoudelijk zijn, maar de leerlingen wel kennis helpen om te ervaren welke ontwikkelingen plaatsvinden aan een product of welke uitdagingen een bedrijf tegenkomt vind je hier.

7. Maak je keuzes

Nu heb je voldoende handvatten om jullie project (want dat is het inmiddels geworden) vorm te geven. Je hebt een grote hoeveelheid mogelijkheden liggen, waar je keuzes in gaat maken.

Bij deze keuzes houd je rekening met:

  • Wat past bij jou?
  • Wat past bij jouw leerlingen?
  • Wat past in de tijd die je hebt?

Afhankelijk van deze overwegingen, kun je ervoor kiezen om

leerlingen heel vrij te laten – ze formuleren zelf een vraag of je legt ze juist een specifieke vraag vanuit jouw vak voor. 

met de leerlingen naar een bedrijf toe te gaan of je geeft zelf een les waarin je antwoord geeft op de vraag

je werkt met open vragen of je laat leerlingen stap voor stap naar een antwoord toe werken

je laat iedere leerlingen aan zijn of haar eigen vraag werken of iedere leerling doet hetzelfde

of alles daartussenin.

Wat je doet, is aan jou. En aan jullie groep om dit af te stemmen omdat het voor de leerlingen wel interessant is als er wat variatie in de les-activiteiten zit.

Maar wat je ook doet – door een maatschappelijk of bedrijfsvraagstuk centraal te stellen, werk je vakoverstijgend met leerlingen en laat je zien welke waarde jouw vak in ons leven heeft.

Ik ben heel benieuwd of en hoe dit bij jullie werkt – laat het me vooral weten als jullie op deze manier een opdracht hebben aangepakt via e-mail of via het reactieformulier hieronder.