In deze opdracht simuleer je met de leerlingen een bepaald proces in een bedrijf.
Je doet het in het klein en denkt na over de uitdagingen in het groot

Leerlingen komen hierdoor in het klein knelpunten tegen en bedenken daarvoor een oplossing. Vaak zijn dit dezelfde knelpunten, uitdagingen en overwegingen die in bedrijven spelen.

Zo haal je dus een bedrijf ín jouw klas. 

Voorbeeld: een kruidenmengsel

Laat leerlingen een kruidenmengsel maken (ongeveer 20 gram) om hamburgers te kruiden.
Reproduceerbaarheid: Vraag leerlingen om precies hetzelfde mengsel nog een keer te maken.
Kwaliteitscontrole: Hoe weet je dat het ‘goed’ is? Aantonen kan bijvoorbeeld door proeven, ruiken, wegen, meten etc. 
Opschaling: maak nog een kruidenmengsel, maar dan één of een halve kilo.

Waar loop je tegenaan? Welke oplossingen zou een bedrijf daarvoor kunnen bedenken?

Deze manier van werken kun je voor allerlei producten en vraagstukken doen. Denk bijvoorbeeld eens het op grote schaal produceren van eten dat je in de winkel kunt kopen (jam, pindakaas, soep etc). Of in de technische hoek – bedrijven die machines bouwen of het inrichten van productielijnen.

Maar ook buiten de techniek kun je deze opdracht inzetten om leerlingen na te laten denken over bedrijfsvoering. Wat denk je van het opzetten van een oppascentrale, een bank, een tuiniersbedrijf etc.

Uitbreiding

Heb je de opdracht een beetje in de vingers? Of ben je op zoek naar een opdracht waar meer vakinhoud in zit of juist meer vakken combineert? Dan kun je hem gaan uitbreiden.

Meer vakinhoud
Stel hogere eisen aan de uitwerking van de leerlingen. Vraag of ze hun ‘kwaliteitscontrole’ willen kwantificeren. Door deze verdieping kun je ook makkelijker een link leggen naar jouw eigen vak: leerlingen zien dan hoe hun leerstof wordt toegepast in het ‘echt’: betekenisvol onderwijs.

Voorbeeld: 

Leerlingen hebben jam gemaakt. Ze vinden twee versies hetzelfde smaken: ‘ze smaken even zoet’. Wil je dit hard maken (keuringsdienst van waren) vraag je leerlingen om het suikergehalte aan te tonen van beide jammen en hier getallen aan te hangen.

Hoeveel gram jam heeft iedereen gemaakt? Hoeveel afwijking staan jullie toe?

Bij technische voorbeelden kunnen leerlingen constructies doorrekenen, doorlooptijd (de tijd die het kost om een product te maken) meten.

Bij een economische opdracht laat je leerlingen een mogelijke opbrengst doorrekenen om verantwoording af te leggen aan investeerders.
Bij talen verkoop je jouw product of dienst ook aan het buitenland – hoe leg je daar contact met mogelijke klanten? Waar moet je rekening mee houden?

Vakoverstijgend

In een bedrijf zijn verschillende afdelingen (zie ook mensen in een bedrijf). Geef groepjes leerlingen in de klas elk een andere rol bij het maken van het product of het leveren van de dienst. Dit kun je zo groot maken als je wil door alleen rollen binnen ontwerp/productie in te zetten, of van het hele bedrijf. Bij een nog verdere uitbreiding heb je ook klanten, toeleveranciers, bedrijven die regelgeving controleren, belangenverenigingen, etc. Daarnaast kun je nog onderscheid maken in niveaus binnen het bedrijf – medewerker, projectmanager, procesmanager, afdelingsmanager, directeur en bestuur / raad van toezicht.

Voorbeeld: de productie van speelgoedblokjes

Rollen binnen productie:

R&D: ontwerpt of verbetert speelgoedblokjes (natuurkunde, O&O)

Engineering: bedenkt hoe je heel veel speelgoedblokjes kunt maken – richt dus het proces in (natuur- of scheikunde)

Operations: maken de blokjes. Lossen kleine problemen op (techniek)

Kwaliteit: aan welke eisen moeten de blokjes voldoen? hoe garandeer ik dat alle blokjes goed zijn?  (wiskunde)

Andere rollen:

Verkoop (sales): wie gaat de blokjes kopen? wat voor blokjes willen zij? waar kunnen we de blokjes verkopen? (economie/marketing)
Financiën: hoeveel vragen we voor een doos blokken? hoe zorgen voor zoveel mogelijk omzet? (management en organisatie)

Overheid: checkt de regels: voldoen de blokken aan de regels voor kinderspeelgoed? lijken ze niet teveel op andere blokken waarmee ze een patent schenden? (maatschappijleer, geschiedenis)

etc.

Voorbeelden van doe klein, denk groot opdrachten

Van een paar producten en onderwerpen heb ik een korte uitwerking gemaakt. Voor de Dutch Technology Week – de Young Talent Tour en de MBO on Tech Tour heb ik als voorbereiding op de bedrijfsbezoeken een aantal korte ‘doe klein, denk groot’ opdrachten gemaakt. Deze vind je hieronder.

Maak zelf babyvoeding. Welke stappen zijn makkelijk ‘in het groot’ te doen? Welke zijn lastiger?

Huijbregts is een bedrijf dat poeders mengt voor in de voedingsmiddelenindustrie. In deze opdracht meng je poeders zo goed mogelijk.

Eén van de nieuwste ontwikkelingen in de vervoersindustrie is het zelf laten rijden van auto’s en vrachtwagens. 

Simuleer dit met speelgoed of robot-vrachtwagens. Waar loop je tegenaan?

De volgende onderdelen linken naar pagina’s met informatie over bedrijven waarop een ‘doe klein, denk groot’ opdracht staat. Op deze pagina’s staat ook kort wat het bedrijf doet.

Machinebouw

Metaalbewerking

Kunststof verwerken

Proces inrichting en verbetering, lean

Optimaliseren

Creatief: mobiele escaperooms

Techniek onder druk