Een lege speeltuin zegt soms meer dan duizend rapporten
Bij ons achter ligt een prachtige, kindvriendelijke wijk. Alles klopt. Groen, speeltoestellen, ruimte. Maar het is er leeg. Niet alleen vandaag, midden in de kerstvakantie rond twee uur âs middags. Ook op gewone middagen. Ook in de zomer. Terwijl er twee basisscholen in deze wijk staan. Het beeld blijft knagen, want dit is geen toeval meer.
Waar zijn de kinderen gebleven
Waarschijnlijk binnen. Achter een scherm. Veilig, rustig en overzichtelijk. En ja, daar leren ze ook dingen. Het Engels van veel kinderen is beter dan vroeger, zeker als ze veel Engelstalige videoâs kijken. Maar wat ze steeds minder leren, is hoe je iets maakt, hoe je samen iets voor elkaar krijgt, hoe je doorzet als iets niet meteen lukt en hoe de wereld buiten dat scherm eigenlijk werkt.
Wat we buiten zien, zien we ook terug op school
De focus in het onderwijs ligt sterk op cognitieve ontwikkeling. Kerndoelen en methodes sturen op kennis, taal en rekenen. Spellen, lezen en rekenen doen we steeds vaker digitaal. Voor techniek, beeldende vorming en natuur Ăn de natuur is vaak weinig tijd. Niet omdat leraren dit niet belangrijk vinden, maar omdat het systeem er weinig ruimte voor maakt.
Gelukkig zijn er veel leraren die hier bewust tegenin gaan. Die wél bouwen, maken, onderzoeken en naar buiten gaan met hun leerlingen. Maar te vaak is dat iets wat erbij komt, in plaats van iets wat structureel onderdeel is van het programma.
Leerlingen die de praktijk niet meer kennen
Het gevolg is een groeiende groep leerlingen die nauwelijks weet hoe de praktijk werkt. Ze zien eindproducten, maar niet het proces. Ze gebruiken diensten, maar begrijpen niet wat erachter zit. En dus wordt die vraag steeds urgenter: waarom moet ik dit leren? Die vraag is altijd legitiem geweest, maar voelt nu extra scherp omdat veel leerlingen het antwoord niet meer kunnen ervaren.
Moeten we dat dan op school oplossen
Ja. Omdat school één van de weinige plekken is waar alle kinderen nog samenkomen, ongeacht hun thuissituatie. En omdat praktijkgericht werken docenten de kans geeft om te laten zien waar hun vak toe doet. Waar kennis voor nodig is. En hoe theorie en praktijk elkaar versterken.
Geen apart vak, maar meer praktijk in ieder vak
Wat mij betreft hoeft praktijkgericht onderwijs geen los vak te zijn. Het zit juist in praktische opdrachten binnen bestaande vakken. In projectweken die geen losse activiteiten zijn, maar tijd geven om ergens echt aan te bouwen. In profielwerkstukken die niet alleen verklaren, maar ook iets opleveren. In onderwijs waarin leerlingen weer ervaren hoe je iets maakt, test en verbetert.
Handen uit de mouwen
Dit vraagt om ruimte, vertrouwen en lef. Meer doen. Meer ervaren. Meer bouwen. Niet omdat het leuk is, maar omdat het nodig is. Voor leerlingen, voor docenten en voor de aansluiting met de wereld buiten school.
