Onderstaand artikel schreef ik vanuit Bedrijf in de Klas voor de onderwijsblog “Onderwijs van Morgen” van Malmberg.

Steeds meer scholen willen graag het bedrijfsleven bij het onderwijs betrekken, ze willen ‘iets met bedrijven’ in de klas. Het kan leerlingen meer betekenis geven aan wat ze leren en ze doen beseffen waarom een vak er toe doet. Daarnaast kunnen opdrachten in samenwerking met bedrijven jongeren een beter beeld geven van waar ze later zouden willen werken. Ook 21st century skills komen in een project met een externe partijen al gauw aan bod.

Ondanks deze wens is het voor veel docenten nieuw. Als je zelf weinig ervaring hebt in het bedrijfsleven, is het lastig om daar in je onderwijs iets mee te doen. Ondertussen weet jij wel het beste hoe je jouw leerlingen kunt aanspreken. Wat bij de lesstof past en het niveau van jouw klas. Het werkt dan ook het beste om samen met het bedrijf een opdracht voor jouw leerlingen te verzinnen. Daarover lees je meer in dit artikel.

Begin bij de vraag

Om een goede opdracht te bedenken, hoef je ‘alleen maar’ de juiste vragen te stellen. Of je nu start vanuit een bedrijf, onderwerp of een specifiek vraagstuk: bepaalde vragen kun je altijd stellen. Neem het vak natuurkunde als voorbeeld: Hoe was het vroeger? Hoe is het nu en hoe gaat dit in de toekomst? Of wat is technisch of chemisch nodig? Of hoe gaat dit in andere landen? Hoe duurzaam is dit? Deze vragen helpen je om jouw vak te koppelen aan een (vraagstuk in) een bedrijf en leerlingen leren de samenhang tussen verschillende vakken te zien. Mocht je net een leerling in jouw natuurkundeles hebben die best technisch is maar eigenlijk vooral interesse heeft in economie, dan laat je met deze vragen prachtig zien waar deze vakken elkaar raken. Een koppeling met loopbaanoriëntatie is op deze manier dan ook goed te maken.

Hou het klein

Als je leerlingen wilt laten kennismaken met bedrijven dan kun je het ‘t beste klein houden. Stel, je wilt in de scheikundeles verf maken. Dan zet je het vraagstuk ‘hoe maak je de beste verf?’ centraal. Maar waar moet je dan aan denken? Door leerlingen eerst verschillend tussen verfsoorten te laten zoeken, krijgen zij een idee van de keuzes die een bedrijf maakt bij de ontwikkeling ervan. Als je daarna vraagt waar hun beste verf aan moet voldoen, kunnen zij makkelijker eisen voor die verf te bedenken en die omzetten in een concreet recept.

Wil je meer diepgang? Laat leerlingen dan verfkwaliteit testen. Voor een vmbo-klas is een ‘beter/slechter’ onderzoek misschien al voldoende. Is dit voor jouw leerlingen te eenvoudig en heb je meer tijd? Vraag dan om de droogtijd op een schaal van 1 tot 10 te waarderen. Of om hier een formule voor op te stellen, bijv. voor de dikte van de verf ten opzichte van de droogtijd. Zo breid je het vraagstuk uit tot een vakoverstijgend project of profielwerkstuk.

In de praktijk

Als je er de tijd en de gelegenheid voor hebt, leent een dergelijk vraagstuk zich ook goed om bij een verffabriek op bezoek te gaan of een schilder uit te nodigen om te vertellen over verfsoorten. Reken maar dat de leerlingen dan geïnteresseerd zijn. Door het stellen van vragen te koppelen aan eenvoudige opdrachten, wordt het een stuk laagdrempeliger om ‘iets met een bedrijf’ in de klas te doen en leerlingen zo te laten ervaren waar zij later graag een bijdrage willen leveren. ‘Bedrijf in de klas’ heeft hier al meer dan 10 jaar mee en wij helpen je graag met deze vragen.

Wat is jouw ervaring met de koppeling tussen het bedrijfsleven en onderwijs? Of heb je een vraag? Laat een reactie achter!

    Meld je aan

    Meld je aan

    Meld je hier aan voor de nieuwsbrief van Bedrijf in de Klas.

    Hartelijk dank voor je aanmelding!